Van Delden @ VI

Large ec80bd69

Naast VI Magazine ook een stuk in VI Pro:
Wellicht de meest gehate beroepsgroep maar voor mij de mooiste baan die er is.

Een (kinder)makelaar moet vooral investeren. Een jongen begeleiden, de ouders te vriend houden en toewerken naar een droomdebuut. Pas dan kan de grote geldstroom op gang komen. Maar garanties tot aan de voordeur: het overgrote deel van de jeugdige talenten haalt nooit de Eredivisie.
Is er dan helemaal geen verdienmodel? Toch wel. De stap naar het buitenland. Een overgang naar Engeland is in veel gevallen lucratief voor een jeugdspeler en diens familie. Maar ook de intermediair profiteert mee. Er zijn makelaarskantoren gespecialiseerd in dit soort transfers. De fees gaan door het dak.
‘Als een zestienjarige jongen uit Nederland naar Engeland gaat, dan krijgt de zaakwaarnemer een fee van ongeveer een half miljoen euro. Dit wordt dan in twee, drie jaar uitbetaald. Meestal in twee jaar, want als hij goed genoeg is tekent een speler als hij achttien is dat nieuwe contract’, vertelt de makelaar. ‘In Nederland verdien je per jaar nul euro aan een speler van zestien jaar, in Engeland 250 duizend euro. Je begrijpt dat het erg lucratief is voor veel kantoren. Ik ken twee zaakwaarnemers die al zes, zeven jongens op die leeftijd hebben weggebracht. Tel uit je winst.’
Een jongen van zestien jaar verdient in Engeland in het eerste jaar zo honderdduizend euro. Het tweede jaar is dat al verdubbeld. In Nederland krijgt zo’n talent misschien twintig-, dertig- of veertigduizend euro. Lucratief dus. ‘Er zijn veel spelers naar het buitenland gegaan die het uiteindelijk niet hebben gehaald. Maar zij en hun familie hebben wel verdiend. Voor kantoren is het een lucratief businessmodel. En bovendien kan het ook wel lukken: Nathan Aké en Karim Rekik zijn niet slechter geworden van een vroege transfer.’
Demoniseren
Spelers die in Nederland blijven, leveren tot hun achttiende levensjaar niet of nauwelijks geld op. Vandaar ook dat veel intermediairs niet begrijpen dat hun business zo hard wordt aangepakt. Jonge talenten hebben begeleiding nodig, anders nemen de clubs een loopje met ze.
Niet alle makelaars wensten overigens anoniem te blijven. Zo plaatste Stefano van Delden de volgende tekst op zijn Facebook-pagina naar aanleiding van ons artikel op VI PRO.
‘Het compleet demoniseren van mijn beroepsgroep moet een keer afgelopen zijn. Ik herken mij volledig niet in het gene dat wij allemaal slecht zouden zijn, zakkenvullers zijn en of misbruik zouden maken van spelers etc.’

Ook zocht hij contact via LinkedIn. Reden genoeg om eens te bellen. ‘Ik heb het stuk op Facebook gedeeld, ja. Natuurlijk waren er zaken waarin ik me herkende, maar er zit ook een andere kant aan het verhaal. Makelaars worden te vaak neergezet als geldwolven maar we worden ook gebruikt. Bovendien zijn we er ook om die jongemannen op weg te helpen.’

Van Delden vertelt hoe hij zijn spelers probeert te helpen. Over een jongen uit een armlastig gezin die op versleten voetbalschoenen loopt. Dan trekt hij zelf zijn portemonnee om een nieuw paar aan te schaffen. (‘En dat terwijl je tot hun achttiende niks verdiend’). Of het talent dat hem uitnodigde op een diploma-uitreiking. Hij werd zelfs nog op het podium geroepen.
Hij noemt zichzelf een soort grote broer. ‘Je helpt ze waar dat kan. Natuurlijk hoop je op de langere termijn bij ze te blijven en er zelf ook een eerlijke boterham aan te verdienen. Maar vaak gaat dat helemaal niet. Je moet ook eerlijk tegen ze zijn. Veel jongens zullen niet eens de Keuken Kampioen Divisie halen. En als ze het wel redden krijgen ze een paar honderd euro in de maand. Ik las recent dat jongens minimaal dertienhonderd euro verdienen in de Eerste Divisie. Onzin! Dat ligt veel lager. Clubs willen alleen niet dat dit naar buiten komt. Er zijn clubs die spelers contracten van zeshonderd euro per jaar aanbieden. Dan schaam ik me bijna en zeg ik: neem mijn fee ook maar. Waar gaat het dan nog over?’
Niet zozeer het artikel – Van Delden moet toegeven dat er veel cowboys actief zijn op de jeugdvelden – maar enkele passages stuiten hem tegen de borst. Zo vertelt Art Langeler, voormalig hoofdtrainer van PEC Zwolle en hoofdopleidingen bij PSV en tegenwoordig directeur voetbalontwikkeling bij de KNVB, dat de voetballerij er niet fraaier op is geworden. ‘Destijds waren zaakwaarnemers veelal betrouwbare voetbalmensen, die spelers ook echt ondersteunden en hielpen met contracten. Dat is door de jaren heen wel veranderd. Mensen hebben ontdekt dat er ontzettend veel geld te verdienen valt in dit segment dat – in sommige gevallen - bijna doet denken aan kinderhandel.’

‘Spelers jonger dan zestien jaar hebben helemaal geen zaakwaarnemer nodig; je mag dan nog helemaal geen contract tekenen’, vervolgde hij. ‘En toch zijn ze er. Bij jongens van vijftien, veertien, twaalf en soms zelfs tien jaar. Nog even en ze zeggen: “Dat ventje in de wieg kan vast goed voetballen. Mag ik hem begeleiden…” Is het illegaal? Nee. Is het ethisch verantwoord? Nee.’

Van Delden wist niet wat hij las. ‘Toen Langeler nog hoofd opleidingen was bij PSV wist hij mij juist heel goed te vinden. Dan werd een talent van Zeeburgia uitgenodigd door AZ en Ajax. PSV wilde hem ook op stage, maar dan moet je wel de juiste contacten hebben. Dat is de zaakwaarnemer. Dan is het een scout of een trainer die namens de hoofdopleidingen met je belt. Dan zijn het je beste vrienden. Wij verdienen daar niks aan, die jongens zijn nog geen achttien jaar oud. Maar vervolgens vinden ze wel dat je handelswijze niet oké is. Dat is toch bijzonder?’
Vervolgens gaat Van Delden in op een ander punt dat VI naar voren bracht. Het feit dat vrijwel elke (jeugd)trainer, technisch directeur en hoofd opleidingen zelf ook een eigen zaakwaarnemer heeft. Als een speler écht talentvol is, doen clubs er meer dan eens alles aan om de huidige begeleider buitenspel te zetten. ‘Ik heb het inmiddels vier keer meegemaakt dat een club tegen een cliënt van mij zei: “Je kunt een contract tekenen bij onze club, maar dan moet je afstand doen van Van Delden. Dan teken je maar bij deze of deze betrouwbare partij.’
Ondanks alles blijft Van Delden actief in het vak. ‘Omdat ik jonge spelers écht verder wil helpen. Het is in de praktijk vaak keihard werken, genaaid worden door clubs, spelers en of ouders en toch rechtop blijven staan en netjes blijven. En dat doe ik om de dromen van die jongens waar te maken.

 

lees meer:  https://www.vi.nl/pro/de-kindermakelaar-deel-ii-de-zaakwaarnemers-slaan-terug?fbclid=IwAR0z71-bb-B2766QxBM_Wy4CSolZy2xpRHPEV_FbVqE22p2OIQzVTqDkFR0